Wiep Idzenga
Nieuws > Reportages > Sport

Sport


een fragment uit Kees Akerboom kon voor geen meter basketballen
(een portret van de Maradona van het Nederlandse basketbal, Sporttijdschrift Achilles)

Als Yvonne Akerboom soep met ballen komt brengen en de familie zich rond de dampende koppen schaart, vraag ik Kees waarom hij Nederland nooit heeft verlaten. Hij was waarschijnlijk de beste schutter van Europa, speelde sterk tegen buitenlandse topteams en grote landen. Er moet toch buitenlandse interesse zijn geweest? Akerboom haalt zijn schouders op. ‘Ik heb er nooit iets van gemerkt, was er lange tijd ook niet mee bezig, had het naar mijn zin in Brabant. Rond mijn achtentwintigste, toen ik echt goed kon zijn als ik dat wilde, realiseerde ik me pas dat ik een bijzonder talent had. Als jonkie speelde ik soms fantastisch, maar als het echt moest kon het ook zijn dat niets lukte. Ik wist nog niet waar het vandaan kwam, deed maar wat ja.’ Dat was tijdens het EK van 1977 anders niet te zien. Nederland versloeg grootmacht Spanje (Europees finalist in 1973) met 114-95. De vijfentwintigjarige Akerboom maakte er 39 en speelde weer zo’n enge wedstrijd: hij schiet en scoort overal vandaan, plukt vele rebounds van het bord, treft doel met een merkwaardig hookshot en is zo zelfverzekerd dat hij op een fast break de open lay-up negeert en afstopt voor een ver afstandsschot. Raak uiteraard. Hij maakt er ook 41 tegen Polen, 29 in één helft tegen de Belgen en wordt topscorer van het toernooi. Onbegrijpelijk dat die Spanjaarden – Akerboom zette in 1980 ook Real Madrid, Europacupwinnaar dat jaar, te kijk met 30 punten en 12 rebounds in een 79-75 overwinning – de Nederlander niet onmiddellijk aantrokken. Akerboom lacht, zucht dan en zegt: ‘Vergeet niet dat ik in Italië of Spanje een Amerikaan had moeten vervangen. Er mochten maar twee buitenlanders spelen. Maar het fijne wist ik er niet van. Ik had geen agent of zo, misschien waren die er niet eens.’ Akerboom werd ook uitgenodigd voor Europese selecties, maar greep die kansen om zijn kunsten te etaleren niet aan. ‘Er was niets geregeld, moest ik bijvoorbeeld op eigen kosten naar Rome komen. Dan haakte ik af. Graag of helemaal niet.’ Akerboom lepelt rustig zijn kom soep leeg. ‘Smaakt goed,’ zegt hij.


            

                              (Twintig jaar later, Akerboom voor zijn tempel, de Maaspoort in Den Bosch)


een fragment uit Vaak onbegrepen, altijd geliefd
(op bezoek bij Andrej Jeliazkov in Bulgarije, Feyenoord Magazine)

Soms is een doelpunt zo mooi dat je later denkt dat je het verzonnen hebt. Zoals Feyenoords 2-0 tegen NEC eind 1981. Het is de tweede helft als Andrej Jeliazkov ongelukkig wordt aangespeeld op de rand van het strafschopgebied. Met de rug naar het doel wipt de Bulgaar de bal op, houdt hem twee keer hoog en schiet de bal dan over zichzelf en keeper Schellekens. Voordat het legioen buiten zinnen raakt, is het in mijn herinnering even doodstil in De Kuip.

                          

De inmiddels kale Jeliazkov overhandigt me vele jaren later grijnzend de oerlelijke bokaal die bewijst dat het doelpunt echt gemaakt is. ‘Doelpunt van het seizoen 1981/1982’ staat erop. In hun huis in Gorna Banja zijn de Jeliazkovs blij met het bezoek uit Nederland. Dochter Sylvia toont artikelen en foto’s uit een doos vol Nederlandse kranten en tijdschriften. Elke letter die over Jeli is geschreven, blijkt bewaard. Mevrouw Jeliazkov, Gergina, brengt gebak. ‘Zelfgebakken,’ grapt ze in voorbeeldig Nederlands. De schoteltjes zijn Delfts blauw. Andrej showt een Feyenoord-shirt, ‘landskampioen 1983-1984’  en ‘bekerwinaar 1984’ is er opgedrukt. Ik mag het even vasthouden. Er is ook een vergulde pagina uit het AD van 1 maart 1982. Jeliazkov: hoofdprijs, luidt de kop. Daags tevoren sprong Jeliazkov hoger dan Ajax-verdediger Frank Rijkaard en behoedde Feyenoord met twee kopdoelpunten voor een nederlaag (2-2). Jeliazkov glimt. ‘Het was mijn beste wedstrijd in mijn beste seizoen in Rotterdam.’ 


een fragment uit Jordi Cruijff ziet in Donetsk geen slotakkoord
(Oekraïne, de GPD-kranten)

             

Je zoekt het meestal niet achter profvoetballers, maar ze hebben soms net zulke opmerkelijke passies als hun fans. Jordi verzamelt oude shirts met het fanatisme van een jong kind. "Vooral uit de jaren zeventig wil ik ze. Ik heb Beckenbauers shirt van de WK-finale 1974. Uniek.''
Hij zou veel geld over hebben voor bijvoorbeeld het shirt van Oleg Blochin, de oude ster van Dynamo Kiev en de beste voetballer ooit in de Oekraïne. "Ik betaal er goed voor, met dollars, maar misschien mag ik die van Blochin gewoon meenemen.'' Hij wil er nog eens werk van maken. Hij heeft immers de handtekening van Blochin al eerder veroverd, tijdens het WK 1982 in Spanje.
Om zijn tic met Blochin te onderstrepen laat hij een foto zien van de held met zijn hoekige kop, poserend in het shirt van de toenmalige Sovjet-Unie. Jordi kijkt ernaar met een verrukt gezicht als een kind op Sinterklaasavond. "Hier kick ik enorm op, weet je dat? Die letters CCCP op dat shirt, deze heb ik nog niet.''
Hij volgt met een wijsvinger langzaam de letters. Zijn hand glijdt langs de hamer en sikkel op het witte Adidas-shirt met rode strepen. "Dit is een kickshirt. Voor mij is dit het gewoon. Hier zou ik echt goed voor betalen.''
Bij het afscheid belooft hij dat we in Nederland nog van hem gaan horen. Al valt het hem nog niet mee in zijn nieuwe omgeving. "Het is vreselijk fysiek, hard, en erg verdedigend. Mijn scherpte is er ook nog niet.''
"Ik speelde vorig week voor het eerst in dik twee jaar weer eens negentig minuten. Ik zie iets gebeuren, maar reageer te laat. Mijn reflexen werken nog niet optimaal. Dat train ik nu. Iemand roept een getal en dan moet ik links- of rechtsom draaien. Het komt wel goed. Dit is niet mijn eindstation.''


een fragment uit Oponthoud in Roemenië
(op bezoek bij Kiprich, de Hongaar als trainer in Roemenië, voetbalmaandblad Johan)

Hij is geen spat veranderd. Het matje, de gulle lach, het begin van een snor en nog steeds de rust zelve. Trainer József Kiprich is daags voor de kraker in de Roemeense Seria B3, de op één na hoogste divisie van het land, zo relaxed als een speler die koud in het veld bij een 2-2 stand een strafschop moet nemen.Olimpia Satu Mare, Kiprichs team en tevens koploper, speelt de volgende dag tegen de nummer twee, UTA uit Arad. Slechts één puntje scheidt beide ploegen, maar József  maakt zich niet druk. ‘Wat er ook gebeurt, na deze wedstrijd zijn er nog twaalf.’

Een paar uur voor het gesprek met mister Kiprich heb ik zijn werkterrein verkend, Stadionul Olimpia. De letters ‘s’ en ‘n’ vallen vandaag of morgen van de betonrand. De vele regen van de laatste dagen heeft de diepe gaten in de weg voor het stadion tot de rand gevuld. Bij ingang 6-10 ligt een manshoge berg afval te broeien. Een oude man met een zwarte bontmuts levert met paard en wagen schroot af bij een loods onder het stadion. In de andere businessunits zijn een garage, een oud papierverzamelaar, nog een schroothandel en een kroeg, Oli Fun Club, gevestigd. De parkeerplaats, met alleen maar Dalcia’s – de Roemeense Trabant –, lijkt een autokerkhof. Door de gaten in de tribune is de opklarende lucht te zien. Een zwaar besnorde man op een piepklein rollertje probeert het veld te egaliseren. Zijn collega maakt met een grote spons de doelmond watervrij.

Kiprich lacht om de beschrijving van het stadion en zegt in verrassend goed Nederlands: ‘Maar dit is een heel professionele club. Alle spelers zijn fullprof. We trainen elke dag anderhalf uur. En als we promoveren, bouwt de gemeente een nieuw stadion.’


Overige sportverhalen:

  • Het Lieverdje van Vak S heeft heimwee (op bezoek bij Nico Jansen, de bikkelharde Feyenoord-spits uit de jaren zeventig, Feyenoord Magazine)
  • Die ouwe wil een doelpunt (over de Iraanse spits Ali Daei, de VPRO-gids)
  • Een dag met Georgi Demetradze (op bezoek bij de oud-Feyenoorder in Donetsk, Oekraïne, de Feyenoordkrant)
                
  • Voetbalprof Down Under (over een Terschellingse amateurvoetballer die via een omgekomen Nieuw-Zeelandse piloot na de oorlog prof werd in Australië, Leeuwarder Courant)
                 
                                                  (Het eerste elftal van Wilhelmina uit Melbourne, 1960)
  • Adrenaline uit de Oekraïne (over Anatoliy Tymoshchuk, Oekraïens voetballer van het jaar)
  • Wat Mols kan, kan ik op één been (portret van Henk Vos in Feyenoord Magazine)
  • Waarom Feyenoord de Europacup II nooit won (Feyenoord Magazine)
  • Geprezen door Pelé, verguisd in de Kuip (portret van tropische verrassing Glenn Kwidama in Feyenoord Magazine)
  • Rudy Koopmans was een eenmansdestructiebedrijf (Achilles)